Fragment uit de speech van Dyab Abou Jahjah na de uitreiking van de Geuzenprijs

Wij zijn de nieuwe meerderheid. Mensen in de steden, maar ook mensen buiten de steden met stedelijke reflexen. We zijn blank en bruin en geel en zwart, we komen in alle smaken en in alle geuren en in alle kleuren. We spreken duizend talen en vertellen duizend verhalen. We zijn dragers van geschiedenis, en makers van een nieuwe geschiedenis. Dragers van cultuur en makers van nieuwe cultuur. We hebben diepe wortels, vast verankerd in ons verleden maar onze takken groeien naar boven, naar de lucht en de zon. We zijn kwetsbaar, zoals een pasgeboren kind, maar de kracht straalt uit onze ogen en blikken. We praten al in onze wieg, we zijn een mirakel in wording. We zijn losser en serener, we hebben meer temperament maar minder paniek, we zijn enthousiast maar geposeerd. We zijn mooier, hipper, moderner, meer in tune, up to date, global, never neutral. We hebben een kleur en een smaak.

Wij zijn strijders maar niet waar het niet nodig is, we zijn serieus maar niet waar we kunnen lachen. We relativeren ons eigen, voor dat we anderen relativeren, we bespotten ons eigen voor dat we andere bespotten, maar apologetisch zijn we niet, gedeisd zijn we niet, bang van een confrontatie zijn we niet, we gaan er voor, we zijn scherp, kritisch maar niet cynisch noch defaitistisch.

We zijn geen teken van een einde maar een begin. We geloven, zonder noodzakelijk een god te hebben. En we hebben goden zonder die op aarde te vertegenwoordigen. We beseffen dat we allemaal gelijk zijn, in ons geboorte en in ons dood, en dus in de waarde van wat we tussen de twee absolute waarheden zijn en worden.

We zijn niet bang van onze regeringen, maar onze regeringen zijn bang van ons. We zijn geen sujets maar burgers, geen knechten noch meesters, maar burgers en we eisen alle macht aan ons. We houden zoveel van ons land en onze stad dat we altijd klaar staan om het te verdedigen tegen een corrupte regering of slecht bestuur. We zeggen alles, we horen alles, maar voelen ons niet verplicht om op een bepaalde manier te spreken om in de gratie te vallen. We blijven niet hangen in een verlies en worden niet euforisch na een overwinning, we weten dat de strijd nooit klaar is, en dat zolang dat de mens bestaat, uitdagingen zullen herrijzen.

We zijn gevoelig maar niet zwak, sentimenteel maar niet labiel, sterk maar niet droog, taai maar niet hard.

Deze tijd is onze tijd, en deze maatschappij is de onze, we staan op en nemen wat van ons is. we veranderen wat we niet meer goed vinden en behouden wat we goed achten, en denken altijd buiten de lijnen. We zoeken de grenzen, de uitersten zonder extremisten te zijn, we praten en dromen van een utopie maar met beide voeten op de grond. We snakken naar idealen maar houden ons vast aan de werkbare. We zijn pragmatisten maar geen opportunisten. We zijn eerst trouw aan ons eigen, om trouw aan anderen te kunnen zijn. We zijn individualisten maar geen egoïsten, gemeenschapsgericht maar geen schapen. We vallen en staan op, hebben soms angst maar zijn nooit geïntimideerd, en ons kan je niet tegen houden. Een strijd tegen ons is een zelfdestructie. We zijn de matrozen van deze boot, ook als je kapitein bent, zonder ons zinkt ons schip. Een strijd tegen ons is een strijd tegen je eigen. Wij zijn U, en de stad is van Ons.

Geef een reactie